De Droom van de Rede

Ontdekkingstocht naar het fundament van de medische wetenschap

De moderne geneeskunde bestaat bij de gratie van de wetenschap. Deze cursus voorziet iedere arts van onmisbare denkkaders om in het medisch wetenschappelijke veld zijn professie zo bewust en kritisch mogelijk uit te oefenen.

Is absolute kennis bereikbaar?

In deze tweedaagse cursus voor medisch specialisten en huisartsen onderzoekt u onder inspirerende leiding van Johan Braeckman de fundamenten van ons medisch en algemeen wetenschappelijk denken. Eeuwen lang hebben filosofen, artsen, wiskundigen en wetenschappers nagedacht over het verwerven van kennis. Is het bereiken van absolute kennis, die niet ter discussie staat, mogelijk, zoals de presocratische filosofen dachten? Of moeten we ons voor eens en altijd verzoenen met de pessimistische opvatting van de Griekse sofisten en hedendaagse postmodernisten dat het ons niet gegeven is tot zekerheden te komen? Is het niet kunnen bereiken van absolute kennis een probleem en wat zijn dan de gevolgen voor ons medisch wetenschappelijk denken?
In deze cursus verwerft u inzicht in de aard van filosofie en wetenschap, in de geschiedenis van helder en zo redelijk mogelijk denken en in de zoektocht naar betrouwbare kennis. Uw medisch wetenschappelijk denken wordt na deze cursus nooit meer hetzelfde.

De geschiedenis van helder en redelijk denken

“Wijsbegeerte”, aldus de beroemde filosoof en wiskundige Bertrand Russell, “is een hardnekkige poging om zo helder en redelijk mogelijk te denken”. De eerste aanzet tot dat heldere en redelijke denken ontstond in de zesde eeuw voor Christus, toen Thales Van Milete bewijzen trachtte te formuleren voor eenvoudige wiskundige stellingen. Uiteraard was er al wiskunde vóór Thales, maar de Griekse filosoof was wellicht de eerste die bewijzen wou vinden louter omwille van de kenniswaarde op zich, en niet om praktische redenen. Thales en andere zogenaamde presocratische filosofen stelden zich fundamentele vragen omtrent de aard van de kosmos, van de natuur, van materie, van ruimte en tijd. Maar vooral wilden ze ook weten of, en hoe, mensen in staat zijn om tot betrouwbare kennis te komen. Ze waren de eersten om in te zien dat een beroep doen op autoriteit, of op traditie, of op macht of het bovennatuurlijke, niet kan volstaan. Kennis die overtuigend is, moet dat omwille van redelijke argumentatie zijn.

Het bereiken van zekerheid?

De volgende generaties filosofen, waaronder Socrates, Plato en Aristoteles, werkten de basisopvattingen van hun voorgangers verder uit. Ze pasten ze bovendien ook toe op andere kwesties, zoals politiek, recht en ethiek. Kunnen we weten wat het goede leven is? Wat rechtvaardigheid is? Wat waardevol is, en waarom? Eerlijkheid, deugdzaamheid, moed? Indien ja, welke methodes moeten we daarvoor gebruiken? Ondertussen slaagden Griekse wiskundigen erin om stellingen overtuigend te bewijzen, zodat het vertrouwen groeide dat men de zekerheid die in de wiskunde mogelijk is, ook op andere gebieden kon bereiken. Zo ontstonden de eerste vormen van wetenschap, zoals de geneeskunde, de astronomie en de statica, waaraan de namen zijn verbonden van Hippocrates, Archimedes en vele anderen. We illustreren in het bijzonder de prille geschiedenis van de geneeskunde (Hippocrates, Galenus e.a.), die mooi illustreert hoe ook kennisverwerving gekoppeld is aan contextuele factoren.
Het optimisme over de mogelijkheid dat mensen, ondanks al hun beperkingen, kennis konden verwerven met een absoluut en universeel karakter, werd ernstig aangetast door het relativisme dat de sofisten introduceerden. Kennis, aldus Protagoras en zijn collega’s, is altijd gekleurd, begrensd en beperkt door de tijd en de context waarin men leeft, door menselijke vooroordelen en door doeleinden die niets met de zoektocht naar betrouwbare kennis hebben te maken.

De zoektocht naar betrouwbare kennis

De spanning tussen de optimistische en meer pessimistische visies op de zoektocht naar betrouwbare kennis is sindsdien nooit meer verdwenen uit de westerse wijsbegeerte en wetenschap. Tijdens de middeleeuwen vertrouwde men nagenoeg unaniem op de Bijbel en op theologische autoriteiten, maar vanaf de renaissance sloeg de twijfel weer toe. Wat kan ik weten?, vroeg de humanist en essayist Montaigne zich af. Zijn antwoord: niet veel, om niet te zeggen nagenoeg niets. De ontwikkeling van de wetenschappelijke methodes (Vesalius, Galilei, Huygens, Newton en vele anderen) bracht hoop: men ontdekte natuurwetten, inzichten waar de oude Grieken enkel konden van dromen. We bespreken in detail hoe de geneeskunde zich, voornamelijk dank zij het werk van Vesalius (1543), losweekte van de middeleeuwse, eerder dogmatische interpretatie van het werk van Galenus.
Maar filosofen zoals David Hume toonden overtuigend aan dat ook de wetenschappelijke inzichten vatbaar zijn voor grondige skepsis. De Duitse filosoof Immanuel Kant probeerde uit de impasse te geraken door kennis te funderen in het menselijk kennisapparaat zelf, maar zijn indrukwekkende poging liep stuk op de ontwikkeling van de niet-euclidische meetkunde in de negentiende eeuw.

Verlies van het brein als waarheidszoekend orgaan

In de negentiende eeuw publiceerde Charles Darwin zijn visie op evolutie, waardoor men het menselijk brein niet langer meer als een waarheidszoekend orgaan kan beschouwen. Het is, zoals alle andere organen, een blind product van evolutie door selectie, gericht op overleving en voortplanting. De twintigste eeuw zag het ontstaan van natuurwetenschappelijke theorieën zoals de quantumtheorie en de relativiteitstheorie, die het opnieuw voor filosofen en wetenschappers noodzakelijk maakten om fundamenteel stil te staan bij de mogelijkheden en beperkingen van onze kennis. De logicus Kurt Gödel toonde, enigszins ironisch, onbetwistbaar aan dat onze kennis begrensd is.

Programma

  • De dageraad van het denken: mythes in een neolitische context
  • Het ontstaan van de wiskunde en de filosofie
  • Griekse giganten over wijsheid en kennis: Socrates, Plato en Aristoteles
  • Kennis in een middeleeuwse context
  • Het ontstaan van de wetenschappelijke methodes
  • De strijd tussen rationalisten en empiristen en de synthese van Immanuel Kant
  • Wetenschap en filosofie in de negentiende en twintigste eeuw
  • Wetenschapsfilosofie in de 21e eeuw: de nalatenschap van Karl Popper en Thomas Kuhn

Cursusdata

De Droom van de Rede

Ontdekkingstocht naar het fundament van de medische wetenschap
Docent: Johan Braeckman
Locatie: Kasteel Engelenburg, Brummen
Accreditatie: 12 punten toegekend door het ABAN onder nummer 327281.
Inschrijving gesloten

De Droom van de Rede

Ontdekkingstocht naar het fundament van de medische wetenschap
Docent: Johan Braeckman
Locatie: Kasteel Engelenburg, Brummen
Accreditatie: 12 punten toegekend door het ABAN onder nummer 327281.
Klik hier voor meer informatie en opgave.